wereld in eigen hand
In 2004 en 2005 vond een bijzonder project plaats: medewerkers en leden van de Rabobank kregen
de gelegenheid om over de hele wereld verschillende projecten te bezoeken om te zien wat het effect is
van het Rabobank Development Program.
Rabobank Foundation investeert jaarlijks in een deel van de nettowinst in ontwikkelingslanden. Ze leert
kansloze mensen om de krachten te bundelen, om samen iets te ondernemen, coöperaties te vormen.
Er werd een wedstrijd uitgeschreven en na een serieuze selectie, reisde ik samen met andere
kunstenaars, fotografen en schrijvers eind 2004 af naar Honduras om dat te verbeelden. Ik schreef
een aantal korte fragmenten, onder begeleiding van Gijs Wanders.
Het was een inspirerende reis. De ervaringen uit Honduras, samen met die uit andere landen,
zijn gebundeld in het boek: 'Wereld in eigen hand'.

het slapende land
De nacht van Honduras is zwart. Pikdonker en stil. Je kan je bijna niet voorstellen dat je omringd
wordt door bergen, alles lijkt vlak en uitgestrekt te zijn.
Door het monotone geluid van de motor, dwaal ik weg in gedachten. Ik kijk hoe de koplampen
het bochtige asfalt verlichten en val bijna in slaap. Het is vroeg in de ochtend, zelfs de dode rat
in de berm is nog niet ontdekt door de gieren.
Plotseling verschijnt er in een scherpe bocht iets op het wegdek. De chauffeur wijkt uit, rijdt rakelings
langs het gedaante, en ik realiseer me geschrokken dat het een slapende vrouw is.
Een angstig moment, ze had wel dood kunnen zijn. Ik vraag me af waarom ze daar ligt.
Zou ze onderweg geweest zijn, en te moe om verder te lopen?
Of zou het wegdek warm en droog zijn, een plek waar ze wel vaker slaapt?
De weg vervolgt zich in stilte, slechts af en toe komt ons een vrachtwagen tegemoet.
De contouren van de omgeving worden langzaam zichtbaar.
Dan wordt het mistig, een klein stukje maar. De dikke pluimen die tegen de voorruit uiteen waaien,
benadrukken de geluidloosheid van het slapende land. We moeten onze snelheid drastisch verminderen.
Tegen de bergwand tekent zich een groepje plukkers af. Ze staan op een kluitje te wachten om opgehaald
te worden voor het werk op de plantage. De wankele stapel van manden die ze gebruiken bij de oogst,
rust tegen een paal.
Een eind verderop, in een klein dorpje, dragen vrouwen en kinderen ronde bakken gevuld met deeg
op hun hoofd. Enkele van hen eten van het witte spul, terwijl ze gestaag doorlopen.
Naast haar huis, doet een vrouw de was in een vierkante betonnen bak.
De felle kleuren van het wasgoed steken af tegen het grijs van de ochtend.
Het wordt lichter, steeds drukker, meer mensen en meer geluid.
volgeladen pick-ups
toeterende auto’s
rennende honden
fladderende kippen
Honduras is wakker.
jongen
Op een groen plastic krukje zit hij naast de open deur. Geïnteresseerd volgt hij de gesprekken
van de mannen in de kamer. Of dwaalt hij tóch af met zijn gedachten? Het is moeilijk te zien
aan zijn jonge gezicht, waarvan de contouren door het verstrooide buitenlicht benadrukt worden.
Zijn huid is wittig, vol sproeten, zijn houding is als die van een houten pop.
Een plotselinge windvlaag slaat de deur dicht, donkerte vult de kamer.
De mannen praten ongestoord verder, terwijl hij zachtjes opstaat, de deur weer opent,
en voor de deur met opgetrokken schouders een paar keer heen en weer loopt.
Dan zit hij er weer, precies zo als tevoren, alsof hij niet weg is geweest.
Het houten jongetje, de bewaker van het licht.
vrouw
Druk en boordevol met energie
staat ze te draaien als een jong meisje
Maar haar gezicht met diepe lijnen
vertelt het bewogen leven van een vrouw
Dan loopt ze weg, op haar blote voeten over de scherpe stenen
soap
Het bovenste luik van de deur staat open, zodat in de kleine woonkamer de heldere ochtendgeluiden
van het dorp te horen zijn. In de ruimte, die ondanks het licht van buiten toch vrij donker is, staat een
bank, een glimmende kast met een tv, en in de hoek een knipperende kerstboom. De vrouw van
Necftli Noriega, de voorzitter van de coöperatie, ruimt vlug het speelgoed op dat over de grond
verspreid ligt.
Langzaam worden de kinderen wakker. Uit de slaapkamer, met een gordijntje afgescheiden
van de woonkamer, komen ze een voor een naar buiten. Een jongetje van een jaar of vier,
doet de televisie aan. Hij speelt wat met de afstandsbediening, maar loopt al snel verveeld weg.
De frisse geluiden van buiten gaan op in de muziek van de tv.
Ze drinken wijn uit chique glazen, de lange blanke man en de vrouw met blonde haren.
Op de strak vormgegeven tafel staan protserige kaarsen, waarvan het licht het kille,
maar luxe interieur van de villa wat zachter maakt. Hij trekt haar naar zich toe en kust haar,
de romantische muziek vertraagt.
Het kleine jongetje rent door de kamer achter een kip aan. Hij lacht en schreeuwt, valt bijna
op de grond, terwijl buiten een kudde ossen voorbij komt.
De Amerikaanse soap gaat verder, niemand kijkt ernaar.
geluksmoment
felle kleuren
donkere haren
en af en toe een hoed
een pick-up vol met mensen
van veraf net een doosje gelukspoppetjes
tijd
Moeiteloos staan de plukkers op de steile hellingen, verscholen tussen de planten,
omringd door de zoetige geur van de natuur. Met hun ene hand trekken ze een tak vol koffiebessen
naar zich toe, met de andere halen ze de kleine vruchten er gemakkelijk vanaf. De donkerrode glimmende,
die wat weerstand bieden bij het plukken; de bruine, die te ver gerijpt zijn, en af en toe een groene.
Ze vullen de mand die om hun middel geknoopt is. Mand na mand, dag na dag, wekenlang.
De sfeer is ontspannen. De plukkers praten en lachen, hebben aandacht voor elkaar.
Maar hun geluiden dempen snel door de dichte begroeiing van het woud. Slechts een klein stukje
verderop, word je overmeesterd door de rust.
De wind waait de tijd weg.
hoofdrol
Terwijl het publiek opgaat in de muziek, doet hij haast onopvallend zijn werk.
Geruisloos glijdt hij tussen de mensen door om de lege kopjes op te halen.
De intense klanken vullen het vertrek dat een onwerkelijk uitzicht biedt over de stad.
Zwarte gieren zweven door de lucht en op een steen zit een zonnende leguaan.
Dan, aan de zijkant van de lange smalle ruimte, trekt hij met uiterste precisie
de papieren gordijntjes omhoog. Ze zijn dun, en de horizontale stroken zijn
als een harmonica gevouwen.
Geboeid door de concentratie die hij opbrengt voor zijn werk, volg ik zijn handelingen
en vergeet de muziek. Als hij ontdekt dat ik naar hem kijk, lijkt hij een moment verrast.
Dan zet hij in alle rust een stapje achteruit om te kijken of de gordijntjes op gelijke
hoogte hangen. Langzaam en aandachtig, alsof de tijd er niets toe doet, windt hij
de koordjes op, zodat ze weggewerkt zijn voor het oog.
Voor even speelt de onopvallende man de hoofdrol, met op de achtergrond muziek.
mooi
Het gezicht van de drummer
De ene keer
wegdwalend in de muziek
Dan weer
bewust van zijn publiek
Onmogelijk in woorden te vangen
sleutel
Onderaan het dorp, een paar smalle, gladde weggetjes naar beneden, staat ze voor haar huis.
Het is een klein hutje van leem, niet veel meer dan twee vierkante meter, geen ramen en slechts
een gat als deur. Op haar borst draagt ze een sleutel, als medaille opgespeld op haar helder
blauwe hemd. Een sleutel… ik vraag me af waarom. Want, wat heeft ze op te bergen?
Binnen staat een tafeltje, één stoel en in de hoek een zelfgemaakte oven. Er is geen water,
geen toilet, geen bed, slechts een hok van gaas met een kleine, gekleurde hangzak erboven.
Het vuur is aan. Een baby met een dikke wollen muts op huilt.
Op de grond, in het midden van de ruimte, zit haar man. Lichte, felgekleurde ogen heeft hij,
ogen waarin je vuur verwacht. Maar hij kijkt er wezenloos mee voor zich uit. Het is alsof hij
al jaren op dezelfde plek zit en een laagje grijs stof over zich heen verzameld heeft.
Een kleuter hangt gelaten tegen zijn schouder. Hij hoort het huilen van de baby niet.
Zij is anders. Uit haar kinderlijke blik is moeilijk op te maken wat ze voelt: Is ze beschaamd?
Overdonderd misschien? Maar in haar ogen is zeker geen wanhoop te lezen, eerder een sprankje
trots. Haar dikke, zwarte haren glimmen in de zon. Evenals de sleutel, symbool voor waardigheid
en hoop, iets wat ze zonder twijfel goed moet bewaren.